Logo Universiteit Utrecht

Bètadifferentiatie

Begeleiding

De begeleiding door de docent is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van de differentiatie.

De leerlingen laten kiezen

Informeer de leerlingen tijdig uit welke keuzeopdrachten ze kunnen kiezen. De ene leerling stimuleer je om iets te herhalen, een ander geef je juist het zelfvertrouwen om zich aan ‘verdieping’ te wagen.

Je kunt gebruik maken van de ‘keuzeteksten’ die bij het docentmateriaal is toegevoegd. Daarin staat om welk soort opdracht het gaat, wat het onderwerp is en welke activiteiten de leerlingen kunnen gaan doen. Deze teksten kun je bijvoorbeeld op je ELO zetten.

Laat de leerlingen tijdig (elektronisch) hun voorkeur opgeven, met motivering. Op grond daarvan kun je vóór de eerste differentiatieles de groepen samenstellen en de opdrachten toewijzen. De ideal groep is drie leerlingen groot. Als twee leerlingen het eens zijn is er altijd nog één om te vragen naar argumenten daarvoor. De ervaring wijst uit: geen herhalers en verrijkers in één groep!

Begeleiding tijdens het werken

Zorg dat opdrachten klaar liggen, computers geregeld zijn, practica klaaar staan enz. Als het de leerlingen duidelijk is in welke groep ze aan welk onderwerp moeten werken, kunnen ze de eerste les meteen aan de slag. Ga bij alle groepen langs om te kijken of ze inderdaad aan de slag gaan. Pas als ze allemaal werken, ga je in op inhoudelijke vragen. Betrek steeds de hele groep erbij. Hebben ze de vraag nog niet met elkaar besproken, dan mogen ze hem nog niet aan jou stellen. Vermijd directe antwoorden: verhelder vragen en wijs ze waar ze een antwoord kunnen vinden. Groepen die aan hetzelfde onderwerp werken kunnen elkaars vragen misschien beantwoorden.

Zorg dat je elk lesuur elk groepje tenminste één keer spreekt, al is het maar kort: hoe gaat het, wat zijn jullie aan het doen, wie doet wat?

Laat ze hun plan van aanpak op een afgesproken moment tonen

Signaleer als een groep te lang blijft hangen in de inhoudelijke oriëntering of die afraffelt.

Stimuleer leerlingen om de open opdracht niet te oppervlakkig af te handelen door vragen als: weet je dat zeker? Wat betekent die term? E.d.

Begeleiden bij de afronding

De leerlingen moeten tijdig beslissen welk deel van hun keuzeopdracht zij hun product gaan maken. Laat hen niet teveel tijd besteden aan de vormgeving en afwerking van het eindproduct: ‘daar krijg je hooguit een half uur voor’. De kwaliteit van de presentaties neemt toe als presenterende groep een duidelijke boodschap heeft: wat moet iemand kunnen of weten nadat hij/zij de presentatie heet bijgewoond of de poster of het verslag heeft gelezen?