Bètadifferentiatie

Afsluiting

De gezamenlijke afsluiting markeert het einde van een differentiatieperiode en geeft de leerlingen een duidelijk doel om naar te streven. De leerlingen presenteren hun product op de ene of andere manier aan elkaar. Dat dient een belangrijk doel:  zij kunnen zo waardering krijgen voor de creativiteit en de inspanning die ze zich hebben getroost. Dat motiveert hen weer volgende keuzeopdrachten.

Bij een verrijkende en verdiepende opdracht heeft het te presenteren product gaat de presentatie over het open opdracht(en); bij een herhalende opdracht kunnen de leerlingen ook iets uit de inhoudelijke oriëntatie laten zien, zoals de uitwerking van een opgave of een experiment.

Er zijn veel manieren om een differentiatieperiode af te sluiten.

Markt

Op het JCU is veel ervaring met de Markt in een grote ruimte.  De groepen presenteren simultaan hun product (vaak een poster, soms ook een experimentele opstelling of een zelfgebouwd model). Het ene deel van een groep gaat de presentaties van andere groepen bijwonen, het andere deel blijft bij hun eigen product, vertelt het bijbehorende verhaal en beantwoordt de vragen uit het publiek. Na enige tijd wisselen de groepsleden van rol. Of de ene helft van de klas presenteert aan de andere helft en na verloop van tijd wisselen de rollen.

Het voordeel van deze wijze van presenteren is dat de betrokkenheid van de leerlingen groot is: ze vinden het leuk om hun werk aan hun zelf gekozen onderwerp aan elkaar te laten zien. Bovendien zijn ook de toeschouwers actief door te vragen en feedback te geven.

Andere presentatievormen

Er zijn meer manieren om de differentiatieperiode af te sluiten.

Alle groepen kunnen na elkaar eenkorte mondelinge presentatie geven, die bijvoorbeeld door een jury worden beoordeeld. Deze niet-simultane presentaties hebben als nadeel dat er veel tijd voor nodig is en dat het luisteren naar veel presntaties achter elkaar niet motiverend werkt.

Het gemaakte product kan een klein werkstuk of verslag zijn. Dat kan op internet of op de ELO van de school gezet worden. Om ervoor te zorgen dat de leerlingen aandacht aan elkaars werk besteden, kan de docent een schema maken zodanig dat elke leerling bijvoorbeeld twee verslagen van medeleerlingen leest en daarop een reactie geeft.

Elkaar feedback geven

Een leerling of groep wil natuurlijk dat anderen kennis nemen van het product dat zij gemaakt hebben. Zij willen er iets over terug horen, van de docent en van medeleerlingen. Dat moet je als docent organiseren. Enkele voorbeelden:

  • een leerling(groep) plakt op de poster die hij/zij het beste vindt, een groene sticker. De poster met de meeste stickers heeft ‘gewonnen’. Voordeel: dit werkt snel. Nadeel: de groepen horen niet waarom zij wel of geen sticker krijgen.
  • een leerling(groep) schrijft een sterk punt (‘top’) en een verbeterpunt (‘tip’) op een geel ‘post-it’s briefje en geeft dat aan de presenterende groep
  • een (groep) leerlingen krijgt een formulier met ‘rubrics’ waarop ze een presentatie of poster beoordelen.

De docent kan, al dan niet met inbreng van leerlingen, een cijfer geven voor een product en/of presentatie. Voor sommige leerlingen werkt dat niet zo goed. Zonder cijferbeoordeling voelen leerlingen meer vrijheid om nieuwe dingen te proberen. Want ze worden er dan niet op afgerekend als er iets misgaat.

Lees meer over dit onderwerp in het NVOX-artikel differentiatie en leerlingfeedback (jan 2011).